In het SPIVA Europe Year-End 2025 rapport is opnieuw te zien dat het merendeel van de actieve fondsen er niet in slaagt om de benchmark te verslaan. Zo blijkt dat in Europa in 2025 81% van de actieve aandelenfondsen achterbleef bij de index.
Dit is op zichzelf al een interessante constatering, zeker omdat actief beheer vaak juist wordt gekozen met de verwachting dat het beter presteert dan de markt. Maar daarmee is het verhaal nog niet compleet. In de praktijk komt het namelijk voor dat fondsen hun benchmark aanpassen. Soms is daar een goede reden voor, bijvoorbeeld als de strategie verandert. Maar het valt ook op dat zo’n wijziging niet altijd duidelijk wordt toegelicht. Uit het recente onderzoek Moving the Goalposts? Mutual Fund Benchmark Changes and Relative Performance Manipulation van Kevin Mullally en Andrea Rossi blijkt dat in ongeveer 70% van de gevallen geen uitleg wordt gegeven voor zo’n wijziging.

Dat lijkt een detail, maart het is niet zo dat dit willekeurig gebeurt. Het zijn vooral zwakker presterende fondsen die dit doen. Daarnaast is het waarschijnlijk geen toeval dat er juist benchmarks gekozen worden die hen beter laten uitkomen.
Het gaat daarbij niet om een uitzondering. Zo blijkt dat over een periode van twaalf jaar ruim een derde van de fondsen hun benchmark minimaal één keer aanpast, gemiddeld zelfs 2,3 keer. Een fonds dat eerst achterbleef bij de eigen benchmark kan natuurlijk een andere benchmark wel verslagen hebben. Door simpelweg de meetlat anders te leggen, lijkt een fonds ineens relatief veel beter te presteren. Voor de fondsen blijkt het aanpassen van de benchmark ook een extra positief effect te hebben; na een wijziging stroomt er vaak nieuw geld naar deze fondsen, terwijl de prestaties niet verbeteren.
Voor beleggers wordt het daardoor lastiger om prestaties goed te beoordelen. Want wat zegt een rendement nog als de vergelijking tussentijds is aangepast? In andere situaties zou dat waarschijnlijk vragen oproepen. Je spreekt vooraf een doel af, maar als dat niet wordt gehaald, wordt het doel aangepast zodat het wel behaald is. De prestatie verandert niet, maar het (relatieve) resultaat lijkt ineens beter. In de beleggingswereld lijkt dit echter minder snel ter discussie te staan. Terwijl het voor beleggers juist belangrijk is om te weten waar ze naar kijken.
Beleggers moeten zich dan ook bewust zijn dat de daadwerkelijke prestaties anders kunnen zijn dan het op het eerste gezicht lijkt. Zeker als fondsen over een langere periode goed lijken te presteren ten opzichte van hun benchmark, is het de vraag wat die prestaties precies zeggen. Onderzoek laat immers keer op keer zien dat het merendeel van de fondsen er niet in slaagt om de benchmark te verslaan.
Voor beleggers kan het daarom verstandig zijn om kritisch te kijken naar fondsen die over langere tijd goed lijken te presteren ten opzichte van hun benchmark. Een andere mogelijkheid is om te kiezen voor beleggingsoplossingen die niet proberen de benchmark te verslaan, maar deze juist volgen. De uitkomst is dan transparanter en in veel gevallen beter dan die van actieve beleggers.

Marcel Luchtenveld — Manager afdeling particulier vermogensbeheer
Deze blog is tevens te vinden op Belegger.nl via de volgende link: https://www.belegger.nl/Artikel/856334/Het-nieuws-is-een-slechte-beleggingsadviseur.aspx
De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.