The winner takes it all 

The winner takes it all, zong ABBA in 1980. Het nummer ging niet over beleggen, maar de titel past verrassend goed bij de aandelenmarkt. Een relatief kleine groep aandelen is namelijk verantwoordelijk voor een groot deel van de vermogensgroei op de beurs. 

Hoe scheef die verdeling is, blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse hoogleraar Hendrik Bessembinder. In een recente update onderzocht hij bijna 30.000 Amerikaanse aandelen over een periode van honderd jaar, van 1926 tot en met 2025. Slechts 46 bedrijven waren verantwoordelijk voor de helft van de totale vermogensgroei op de Amerikaanse aandelenmarkt. 

De conclusie lijkt eenvoudig: zorg dat u vooral in die winnaars belegt. Helaas ontstaat dan een nieuw probleem. Niet alleen weten we pas achteraf welke aandelen de grote winnaars zijn, ook wisselen die winnaars voortdurend.  

Ter illustratie: in 2011 behoorden bedrijven als ExxonMobil, PetroChina, Shell en IBM nog tot de grootste beursbedrijven ter wereld. In 2025 werd de wereldwijde aandelenmarkt juist aangevoerd door Nvidia, Microsoft en Apple. Wie was blijven inzetten op de winnaars van 2011, had een belangrijk deel van de opmars van de nieuwe winnaars gemist. 

Wie aandelen selecteert, loopt daardoor het risico juist een van die nieuwe uitzonderlijke winnaars te missen. En als een klein aantal aandelen verantwoordelijk is voor een groot deel van het totale rendement, kan dat flinke gevolgen hebben voor het resultaat van een portefeuille. 

Wie breed gespreid blijft beleggen, hoeft die toekomstige winnaars niet vooraf aan te wijzen. Natuurlijk zitten er dan ook veel aandelen in de portefeuille die nooit tot de grote winnaars zullen behoren. Maar door te blijven beleggen in breed gespreide indices, bijvoorbeeld via indexfondsen, blijven en komen nieuwe winnaars vanzelf in de portefeuille. 

The winner takes it all. Juist daarom hoeft u de winnaar niet te vinden, u moet vooral zorgen dat u hem niet mist.